Het republikeinse stedelijke ideaal

Martijn de Waal. Een waarnemer die ook belang hecht aan het vormen van zijn eigen mening. Een onderzoeker die de beroepspraktijk blijft zoeken. Als medeoprichter van The Mobile City onderzoekt De Waal hoe digitale en mobiele media onze ervaring van de stad beïnvloeden, en hoe hier binnen de stedelijke ontwerpopgaven mee omgegaan kan worden. De Waal begon zijn loopbaan als journalist, promoveerde op ‘de stad als interface’ en richtte bureau The Public Matters op. Naast zijn onderzoekswerk geeft hij les aan de Universiteit van Amsterdam bij de MA-opleiding journalistiek.

Persoonlijke aanleiding/drijfveer

‘Ik heb in de loop der jaren twee fascinaties ontwikkeld die steeds meer samenkomen. Tijdens mijn opleiding Media Studies heb ik begin jaren negentig de opkomst van internet van dichtbij gevolgd. Destijds werden die ontwikkelingen in de Verenigde Staten bijgehouden, en de revolutie gepredikt, door het tijdschrift ‘Wired’. Dat bestond vooral uit oude hippies die hun gemeenschapsidealen in een nieuwe, virtuele wereld wilden realiseren. Zij zagen de fysieke en virtuele wereld als gescheiden. Ik vond dat erg interessant, hoewel meer als socioloog dan als hippie met dezelfde idealen. Daarnaast vond ik de stad buitengewoon fascinerend als plek voor interactie, waar mensen met uiteenlopende levensstijlen, achtergronden, doelen en opvattingen samenkomen. Ik was heel nieuwsgierig naar de toekomst van de stad. Op internet kwamen die twee werelden ook bij elkaar. In Nederland had je destijds al de digitale stad, daar werd de stad met haar openbare ruimtes en ontmoetingsplaatsen als metafoor gebruikt om de virtuele wereld vorm te geven. Hierdoor ontstonden ook al verschillende ideologische vragen over de inrichting van onze fysieke en virtuele omgeving.

Ik bestudeer graag van buitenaf als waarnemer, maar ik vind het toch ook belangrijk om mijn eigen mening te vormen. Tijdens mijn promotie heb ik onderzoek gedaan naar de rol van mobiele media als lokale ‘interface’ voor onze alledaagse ervaring van de stad. Daarmee bedoel ik: hoe bepalen de interfaces van digitale media mede hoe wij de stedelijke ruimtes gebruiken en ervaren? En andersom beargumenteer ik dat de fysieke stad zelf op soortgelijke wijze als ‘interface’ werkt. Het stedelijk ontwerp bepaalt mede hoe we ruimtelijk vorm geven aan onze sociale wereld. Het samenspel van de inrichting van de fysieke stad en de manier waarop we digitale media gebruiken is bepalend voor de manier waarop we de stad ervaren, de plekken die we bezoeken, en wie we waar tegenkomen of juist ontlopen.

Daarbij speelt de relatie tussen interface ontwerp (zowel fysiek als ruimtelijk) en stedelijke idealen een belangrijke rol – zowel in de fysieke stad als in het ontwerp van digitale media. Ik onderscheid er drie: libertair, communautair, republikeins. Wat mij momenteel erg drijft, is het onderzoeken hoe wij de republikeinse waarden kunnen stimuleren in de ontwikkeling van digitale media. Tot nog toe sluiten die vooral aan bij een individualistisch, libertair ideaal van het stedelijk leven. Ik claim dat de republikeinse waarden essentieel zijn voor het voortbestaan van de stad als open democratische gemeenschap, en hoop dat we vanuit dat ideaal met digitale media de stedelijke openbaarheid een nieuwe invulling kunnen geven.’

Persoonlijke ambitie

‘Mijn belangrijkste ambitie is het op de agenda zetten van republikeinse waarden als belangrijke opgave bij het ontwerpen van stedelijkheid. En dat is dus een bredere opgave dan stedenbouw. Hieraan wil ik bijdragen, en ik wil dat het vormgeven van stedelijkheid wordt erkend als multidisciplinaire opgave. Ik herinner me dat, toen Michiel de Lange en ik in 2007 met onze conferentiereeks ‘The Mobile City’ begonnen, we het echt belangrijk vonden de discussie over de rol van digitale media in het stedelijk leven met architecten en stedenbouwers aan te gaan. Daarom organiseerden we de conferentie in het NAi. Toch kwamen er niet heel veel architecten op af. Dat vond ik teleurstellend, maar ook een beetje beangstigend. We zullen binnen de stedelijke opgave echt veel meer kennis moeten samenbrengen. Ik organiseer projecten om mijn eigen fascinaties verder te ontwikkelen. Behalve beschouwend ben ik ook normatief, maar ik heb geen manifesten. Ik wil vooral mensen aan het denken zetten. Daarom wil ik natuurlijk wel dat mijn verhaal zichtbaar is, en vind ik het leuk bij te dragen aan conferenties. Maar eigenlijk blijf ik eigenlijk het allerliefst zelf leren en meedoen aan workshops. Ik heb wel nog een sluimerende ambitie om ooit een centrum in Nederland op te zetten, waarbij de wisselwerking tussen academische theorie, ontwerppraktijk en samenleving echt wordt aangegaan. Het hoeft niet meteen morgen, maar wie weet komt het er nog een keer.’

Opleiding

‘Ik heb mijn propedeuse geschiedenis gehaald en ben toen overgestapt naar mediastudies (toen nog film- en televisiewetenschappen) aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf het begin interesseerde ik me erg voor de opkomst van het internet en nieuwe media. Om die reden ben ik ook een periode in Berkeley gaan studeren, op een steenworp afstand van San Francisco en Silicon Valley. Mijn andere fascinatie was de stad als plek waar zoveel verschillende mensen fysiek samenkomen. Daarom ben ik in Berkeley een bijvak ‘geschiedenis van de metropool’ gaan studeren. In dat vak ben ik me juist vanuit de geschiedenis gaan verdiepen in de toekomst van de metropool. Toen ben ik onder meer met theorieën over hyperrealiteit in aanraking gekomen, waarin Las Vegas als een toekomstvisioen werd voorgesteld. De discussie over ‘Edge Cities’– waarin het oude idee van een centrale stad met daaromheen de suburbs op zijn kop werd gezet- begon toen ook net te spelen. Ik heb toen de link gelegd tussen fysieke steden en digitale media, mede door het bestuderen van de Digitale Stad. Vervolgens heb ik steeds projecten opgepakt en geformuleerd waarin ik mij verder kon verdiepen en mijn fascinaties kon aanscherpen. Vervolgens ben ik op ‘de stad als interface’ gaan promoveren bij de vakgroep Praktische Filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Om op de hoogte te blijven lees ik veel boeken en blogs en ga ik naar conferenties. Als ik zelf moet spreken, is dat een goede stok achter de deur om mijn kennis en eigen verhaal weer bij te schaven.’

Persoonlijk netwerk

René Boomkens. Heeft mij als promotor begeleid. Ik vond zijn proefschrift over stedelijke openbaarheid fascinerend, maar het hield eigenlijk op waar ik wilde beginnen: met de discussie over Los Angeles als nieuw type stad. Dat boek en de gesprekken met hem hebben me enorm geïnspireerd.

Arnold Reijndorp. Zat op mijn verzoek in de begeleidingscommissie van mijn proefschrift. Zijn werk vind ik zeer inspirerend omdat het empirisch onderzoek naar ruimtegebruik weet te combineren met een nieuwe conceptualisering van het publieke domein. Mijn proefschrift bouwt voor een deel voor op het boek dat hij met Maarten Hajer schreef ‘Op zoek naar nieuw publiek domein’.

Jose van Dijck. Mijn medepromotor heeft mij als kritische lezer enorm geholpen tijdens mijn promotie. Zij is een echte intellectuele allrounder, die zich heel snel een nieuw theoretisch kader of manier van kijken eigen kan maken, en daar ook hele goede, kritische vragen over kan stellen.

William Uricchio. Hoogleraar bij Comparative Media Studies aan het MIT met wie ik prettig heb samengewerkt. Ik heb daar een paar maanden als ‘vistiting scholar’ bij het Center for Future Civic Media doorgebracht, dat was een inspirerende tijd.

Mark Shepard. Eén van de grondleggers van de theorie over digitale media en de stad. Samen met een aantal collega’s heeft hij in samenwerking met de Architectural League New York de ‘Situated Technology Pamphlets’-reeks opgezet, waarin de rol van digitale media in de stedelijke samenleving wordt onderzocht. Als ontwerper werkt hij ook in de traditie van het ‘critica; design’, het ontwerpen van producten bedoeld om maatschappelijke discussie los te maken. Ik heb hem ooit ontmoet in New York, en later hebben wij hem met The Mobile City in Nederland uitgenodigd voor een kleine tentoonstelling van zijn werk op de Architectuurbiënnale. Op mijn beurt heb ik een bijdrage geschreven in een boek over ‘The Sentient City’ dat hij heeft samengesteld.

Urban informatics netwerk. Een breed, internationaal netwerk van onderzoekers dat zich bezig houdt met wat wel ‘urban informatics’ wordt genoemd, zoals Marcus Foth uit Australië, Ava Fatah van het Bartlett uit Londen en het Digital Urban Living instituut uit Denemarken. De club is niet zo heel groot, en we komen elkaar dan ook met enige regelmaat tegen op conferenties.

Het is belangrijk om mensen om je heen te verzamelen die jouw drijfveren en interesses begrijpen, ook al hoeven ze het niet altijd met je eens te zijn. Toen ik bij de krant werkte vond ik het soms lastig om uitgelegd te krijgen waarom ik een bepaalde ontwikkeling belangrijk vond. Als journalist moet je vaak achter hypes aanlopen en bepaalde zaken vooral toegankelijk maken voor de lezer, en dat stimuleert niet altijd om je veel verder te verdiepen in de onderwerpen die jou echt interesseren. Daarom ben ik uiteindelijk ook gaan promoveren, ik wilde sociologische verdieping.’

Persoonlijke referenties

‘Aan denkers als Manuel Delanda en Bruno Latour heb ik veel. Ik ben gefascineerd door de theorie van individuele actoren op verschillende schaalniveaus. Deze hebben een reeks regels waarnaar ze zich gedragen en reageren op prikkels, waardoor op een hoger schaalniveau iets ontstaat. Dat iets reguleert vervolgens het onderliggende niveau. Mijn definitie van cultuur is op deze theorie gebaseerd. Verder hecht ik zoals gezegd erg aan de theorieën van René Boomkens en Arnold Reijndorp, evenals Maarten Hajer, met betrekking tot het publieke domein en de republikeinse samenleving. Lotte Stam-Beese vind ik erg boeiend, omdat zij in de jaren vijftig de rol van de architect als vormgever van sociale processen kritisch onder de loep nam en het ontwerpen koppelde aan het republikeinse ideaal. Wat mij inspireert qua manieren van doen, komt voort uit mijn tijd als ‘visiting scholar’ aan het MIT. Daar wordt een zeer sterke link tussen academische theorie en ontwerppraktijk en samenleving gelegd en ontstaat een echte wisselwerking, die ik in Nederland nog een beetje mis. Mensen als Adam Greenfield en Dan Hill vind ik wat dat betreft ook een interessante figuren. Zij combineren reflectie op ontwerp met het zoeken naar nieuwe manieren om de stad vorm te geven.’

Nederland Next

‘Zoals gezegd hoop ik dat het republikeinse stedelijke ideaal zijn plek houdt in onze samenleving. Qua ontwikkeling van de stad zie ik twee verschillende tendensen: ik zie een ruimtelijke sortering in clusters op het gebied van economische situatie, lifestyle en achtergrond. Anderzijds zie ik ook het ‘living together apart’ principe. Bijvoorbeeld in de Indische Buurt in Amsterdam leven veel verschillende groepen mensen heel dichtbij elkaar, maar toch ook gescheiden. Soms zie je die groepen op bepaalde plekken een beetje mengen, dat vind ik interessant.

Ik verwacht dat digitale media het steeds makkelijker gaan maken om je thuis te voelen op ‘vreemde’ plekken. Enerzijds heb je altijd je eigen vriendenkring bij je op je mobiel, anderzijds kun je heel makkelijk opzoeken waar bijvoorbeeld de dichtstbijzijnde ‘vertrouwde’ plek is. De mobiele telefoon kan op deze manier twee werelden bij elkaar brengen. Doordat je jezelf dingen makkelijker eigen kunt maken, wordt de stad vloeibaarder - en toegankelijker. Er is meer keuze en vrijheid en meer nichevorming. Ik verwacht wel dat deze ontwikkelingen vooral resulteren in ander gebruik van de fysieke ruimte, al is het te vroeg om te voorspellen hoe die fysieke ruimte er precies anders uit zal zien. Dat is wel een interessante vraag om over na te denken. Betekent dat meer pleinen, parken en grote bibliotheken met werkplekken? Of zijn het vooral virtuele platforms die sociaal mobiliseren en zo fysieke manifestaties stimuleren. Spontane, al dan niet last-minute stedelijkheid die zich zelf organiseert op plekken die men zelf kiest - en die daar niet noodzakelijkerwijs voor ontworpen zijn.’
nwa_Martijn_de_Waal_.jpg

Martijn de Waal

Martijn de Waal (Zeist, 1972) richtte in 2007 samen met Michiel de Lange TheMobileCity.nl op, een onderzoeksplatform over de rol van digitale en mobiele media in het stedelijke ontwerp. Daarnaast heeft hij zijn eigen bureau, The Public Matters, dat onderzoek doet naar de rol van digitale media in de publieke sfeer. Sinds het begin van de jaren 90 volgt hij de ontwikkelingen van nieuwe media. Eerst als journalist (Volkskrant, Nieuwe Revu, Intermediair en VPRO Radio), later als zelfstandig onderzoeker. Martijn is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam.

project

The Mobile City

interview

Het republikeinse stedelijke ideaal

website

http://www.martijndewaal.nl

netwerk

William Uricchio René Boomkens Mark Shepard Jose van Dijck Arnold Reijndorp

social media

Martijn de Waal op twitter

martijndewaal@martijndewaal22 Aug

RT @anthonymobile: this is the best academic marketing i have ever seen. https://t.co/cGBjl3QpRo

martijndewaal@martijndewaal15 Jul

RT @kresin: Gezocht: opleidingsmanager hbo-ict @HvA - een brede #ict opleiding met onder meer cyber security, big data, interne… https://t.co/qln3WoTnwz

martijndewaal@martijndewaal03 Jul

i m off to the national ibestuur conference in arnhem today, to discuss governments & platformization with @KeesVeehttps://t.co/rsU3p5dPsj

martijndewaal@martijndewaal01 Jul

RT @glovink: Join us November 14-15 in Amsterdam for MoneyLab #7-Feminist Finance-with critiques of the blokechain right-wing cr… https://t.co/rOAhkJwFw0

martijndewaal@martijndewaal01 Jul

Check out this Meetup in AMS we are organizing tomorrow with the Media Architecture Biennale and the Master Digital… https://t.co/rk9QzpmMhI

martijndewaal@martijndewaal20 Jun

RT @UNStudio_Arch: How have blockchain technology and platformization changed the city? Join us live here on Facebook tomorrow as we… https://t.co/hmLoljfTEi

martijndewaal@martijndewaal19 Jun

RT @Kishakishi: I interviewed @Martijndewaal, a researcher who looks at how collectives are forging a new means of city development… https://t.co/r8YRp6YiiF

martijndewaal@martijndewaal10 Jun

RT @martijnarets: Donderdag 27 juni in Tivoli Vredeburg het event 'naar een inclusieve platformeconomie'. Met o.a. @PeterBaeck (… https://t.co/00sRHLUGAM

martijndewaal@martijndewaal04 Jun

with @aale at #comtech2019 for the 11th edition of the #digitalcities workshop to discuss #urbanai and… https://t.co/ygxF4bOsXj

martijndewaal@martijndewaal23 May

today's the kick-off of our new research project Sensing Streetscapes, with/by @hva colleagues @franksuurenbroek an… https://t.co/6s5fNh2iKH